Yes, tijd voor twee hele fijne dingen: vakantie en racen. Afgelopen woensdag stapte we lekker in de auto richting Frankrijk voor twee weken vakantie. In februari hadden we al een plekje op een camping aan het meer van Annecy geboekt en dat dit uiteindelijk door kon gaan was een feestje. In februari had ik toen ook al gekeken of er toevallig een triathlon in de buurt was. Die was er niet maar er was wel een klimtijdrit en een toertocht in de periode dat we gingen. Uiteindelijk gingen die ook door, en zo stond ik gisteren (zaterdag) aan de start van een klimtijdrit.

Hoewel ik dus allang wist dat deze gehouden zou worden, had ik toch lang gewacht met mezelf inschrijven. Hoewel ik heel graag weer een rugnummer wilde opdoen (of naja, stuurbordje) en het wel een hele uitdaging vond zo’n klimtijdrit, waren er ook allerlei stemmetjes in mijn hoofd die redenen vonden waarom ik me toch niet zou moeten inschrijven.

 

“Je bent dan net een paar dagen daar, je bent dan nog niet gewend aan de hoogte en het klimmen”
“Je kan dan misschien hard trappen, die Franse dames trainen iedere week het hele jaar door in de bergen”
“En die Franse dames zijn waarschijnlijk ook een stuk kleiner en lichter dan jij”

 

Maar ik besloot me last minute toch in te schrijven. Ik wilde namelijk niet gaan voor een resultaatdoel, maar voor een procesdoel. De uitslag was niet belangrijk, ik hoefde niet te winnen van die andere dames, ik wilde vooral winnen van mezelf en fysiek en mentaal de strijd met mezelf aangaan.

Zo gezegd zo gedaan. Ik ging vroeg uit bed en zag dat het regende. Fijn, ook dat nog. De klimtijdrit ging 25 km omhoog, maar vervolgens was het ook 25 km dalen. En ik kan mezelf denk ik best een behoorlijk goede daler noemen, regen draagt daar niet aan bij. Gelukkig was het toen ik uiteindelijk ging warm rijden droog, en ook gedurende de hele wedstrijd zou het droog blijven.

 

road to revanche klimtijdrit

 

Ik stond te wachten op mijn startmoment, reed de timingmat over en was vertrokken. Ik vond het lastig in te schatten hoe hard of zacht ik moest vertrekken. Ik kende deze klim helemaal niet, ik was tien jaar geleden in deze omgeving geweest maar had toen nog nooit op een racefiets gezeten, en had twee dagen eerder alleen nog een korte klim van 10 km gedaan. In besloot om net oncomfortabel hard te gaan, maar mezelf niet helemaal kapot te rijden. Met slechts 20 seconde verschil tussen de starttijden, kwamen de eerste mannen al vrij snel voorbij gevlogen. Zo hard, dat ik dacht dat ik misschien toch ook harder moest. Dus ik schakelende bij, ploeterde over de eerste stijlen stukken en schalende in de kilometers daarna nog wat bij in de minder stijle stukken. Eigenlijk ging het vrij snel, en voor ik het wist had ik het eerste stuk van de klim gehad. De timingmat onder me piepte.

Vervolgens het tweede stuk van de klim. Het werd nu steeds steiler. Ik bleef keihard werken en was flink aan het afzien. Waar kon schakelde ik bij en probeerde ik te versnellen, er was geen plek voor herstelmomenten. Ik telde de kilometerbordjes aan de kant van de weg af en voelde het zweet in mijn ogen prikken.

Omdat ik zo laat had inschreven was ik als een van de laatste deelnemers gestart, ik zag eigenlijk weinig om me heen, behalve de eerste mannen die aan de andere kant van de berg naar beneden kwamen. Het deed pijn, maar ik kon toch mijn tempo vasthouden. Zo’n 5 km voor de top werd het even wat vlakker en ik versnelde weer. In de laatste steile kilometers was het niet meer leuk. Als ik op mijn pedalen ging staan om even aan te zetten voelde ik mijn benen heel hard protesteren.

 

Nog 3 km
Nog 2 km

 

Ik kwam op het ‘kale’ gedeelte van de berg en zag een houten huis bovenop staan zoals je die hier in Frankrijk vaak boven op ziet. Yes ik ben er daar vast!

Nog 1 km zei het bordje, hé balen, ik dacht dat ik er al was. Nog een laatste keer pijn leiden en doortrappen.

Ik ging de timingmat over en zocht naar een keerpunt. Dat was er niet echt. Er stonden nog andere renners met familie en vrienden die blijkbaar met de auto naar boven waren gereden. De weg liep food, er was een bevoorradingspost en ik besloot daar maar om te draaien om mijn afdaling in te zetten. Ik kreeg het idee dat het voor deze mensen geen race was, of dat het ze ook niet om de uitslag ging maar om de pijn op de klim. Hoewel het mij ook niet om de uitslag te doen was, wilde ik toch nog snel mogelijke tijd naar beneden zetten.

Dus hop, schakelen naar buitenblad, laatste slok drinken en gaan. Ik sjeesde naar beneden maar bleef voorzichtig. Het asfalt was op plekken slecht en nat.

Ongeveer op de helft van de daling kwam ik op een kruispunt. Ik was daar op de heenweg ook langsgekomen, maar toen stonden er verkeersregelaars die me de goede kant op stuurden. Waren die nu al weg? Waarom zag ik hier geen route bordjes? In een split second moest ik kiezen welke kant ik op zou gaan. Ik besloot naar rechts te gaan, ik was namelijk vanaf rechtdoor gekomen maar had op het kaartje gezien dat er ongeveer vanaf daar een andere weg genomen zou worden. Niet veel later kwam ik de route bordjes weer tegen, ik zat goed, dacht ik.

Ik vond deze route wel een stuk langer duren en ik had het gevoel dat ik steeds verder bij het meer vandaan reed in plaats van dat ik richting het water aan het afdalen was. Maar hey, er stonden bordjes, ik wist de weg niet maar ik zat nog vol in de afdaling in de wedstrijd, dus stoppen om verder om me heen te kijken zag ik niet zitten.

Tot daar een bord van de wedstrijd stond met een splitsing. Ik kwam op een T-splitsing en zag een bord naar links voor een bepaalde route en een bord naar rechts voor een andere route. “Shit, ik was op de route van de toertocht van zondag beland..”.

Dit was dan toch het moment om af te stappen, als ik nog in de wedstrijd zat was iedereen toch al binnen. Ik had geen idee hoe ik terug moest, dus ik zette de navigatie van mijn Garmin aan. Die zei waar ik al bang voor was, de 8 km die ik na het kruispunt deze kant op was gedaald moest ik weer terug omhoog. Nu kun je denken, hoe kun je nou 8 km de verkeerde kant op rijden!? Nou omdat er dus bordjes stonden, en omdat 8 km afdalend maar een dikke 10 minuten fietsen is.

Maar 8 km terug, terwijl ik geen eten meer had en bijna geen water (ik had natuurlijk niet meer de berg opgesjouwd dan nodig), dat was nog een heel end. Ik besloot toch maar gewoon terug te fietsen, in de hoop dat de organisatie me ergens op zou pikken. Iedereen was inmiddels al over de streep gekomen dacht ik, en het zou dan toch opvallen dat mijn chip nog steeds niet de finishlijn had gepasseerd. Maar er was niemand die kwam. En er was ook niemand in deze middle of nowhere om een telefoon aan te vragen. Het duurde eindeloos voor ik weer op het kruispunt kwam, waar ik eerder verkeerd was gereden.

Ik besloot deze keer de richting te nemen waar ik nog niet eerder heen was gegaan of vandaan was gekomen. Ik moest immers via een andere weg terug dan ik was gekomen en hoopte dat ik daar halverwege nog ergens over een timingmat zou komen, zodat iedereen in ieder geval wist dat ik onderweg was en niet ergens in het ravijn lag.

In deze route zaten toch ook nog wat klimkilometers en geen mat, had ik dan toch net zo goed de oorspronkelijke weg terug kunnen gaan!? Maar ook hier stonden weer dezelfde routebordjes, dus ik ging er vanuit dat het goed was. Mijn benen wilde niet meer, ik had honger en dorst en was niet meer helder. De laatste drie kilometer afdalen deed ik bijna stapvoets om ik me niet meer kon concentreren. Eenmaal beneden bleek er geen finish te zijn. “Hadden ze me dan niet gemist en al opgeruimd?”. Mijn vriend kwam op me afgestormd, hij had me eindelijk gevonden. Direct na de start van de laatste renner was de boel blijkbaar opgeruimd, en de afdaling telde niet mee in de wedstrijd. De finish lag bovenop de berg op die laatste timingmat.

Dat verklaarde waarom mensen daar gezellig en rustig stonden, en waarom de meeste mensen zelf hadden gekozen via welke weg ze waren gaan afdalen (gewoon via de originele route dus alleen maar naar beneden ging, of zelfs met de auto).

Jeetje wat een avontuur en wat een actie, typisch iets voor mij als het op routes aankomt.

Na een berg eten en drinken en een douche was ik weer oké. Tijd om toch mijn prestaties maar eens te gaan analyseren.

Ik was 20 minuten langzamer boven gekomen dan de winnares, een Belgische protriatlete van maximaal 45 kg. Als Hollandse bonenstaak van 1,80 en 65 kg had ik dus voor iedere kilo die ik extra naar boven had moeten trappen een minuut ingeleverd.

Wat helemaal niet slecht was, was mijn individuele prestatie, het geen waar het eigenlijk allemaal om ging. Gedurende 1 uur en 36 minuten had ik een power van 3,4 wat/kg geleverd. Mijn hartslag had ik redelijk stabiel weten houden, net onder mijn omslagpunt. Dat maakte me blij! Een klimtijdrit als dit waarin zwaartekracht en massa een grote rol speelt was misschien niet helemaal aan mij besteed. Maar wanneer het aankomt op een vlakke race, waarin aërodynamica belangrijk is dan massa en ik die wattages kan inzetten om horizontaal vooruit te gaan, dan moet dat eigenlijk nog best wel behoorlijk snel kunnen gaan!

Dus ondanks de domme fout die ik maakte, was het een avontuur en was ik eigenlijk meer dan blij met het resultaat van het proces (niet het resultaat van het resultaat dus ;)).

Mijn ‘road to revanche‘ loopt heel erg anders dan gepland, zeker nu Challenga Mallorca ook officieel is afgelast. Op naar 27 september, want als alles doorgaat zou het zomaar kunnen dat ik dan nog een Olympische afstand triathlon ga doen! Niet vergeten te zwemmen en lopen dus deze fiets- en rust vakantie. 🙈

 

Weten wat ik nog meer meemaak op vakantie? Via mijn Instagram feed en stories hou ik je op de hoogte!