Triathlon

Raceverslag 111 km triathlon Bilzen

Zondag 12 mei was het dan eindelijk zo ver, mijn eerste triathlon van het seizoen. Ik keek hier al ontzettend lang naar uit en voelde dat ik er klaar voor was. Helaas begon vorige week zondag mijn wreef zeer te doen, zoals ik je via instagram al liet weten. Om die reden trainde ik afgelopen week 3 dagen achter elkaar niet, iets wat ik normaal nooit zou doen, zeker niet in de week voor een wedstrijd. Het is fijn om goed uitgerust aan de start te staan, maar te sloom worden is ook niet goed. Met gemengde gevoelens pakte ik zondag avond mijn tas in. Kijk je mee naar mijn raceverslag 111 km triathlon Bilzen?

Zondag ochtend ging al redelijk vroeg de wekker. De start was dan pas om 13:10 uur, het was nog best een stukje rijden en ik wilde er graag vroeg zijn. Om 08:45 uur waren we onderweg en om 10:45 kwamen we uiteindelijk aan in Bilzen. Eerst een tussenstop op mijn rugnummer op te halen en daarna door naar de parkeerplaats. Ik kleedde me om, maakte mijn fiets in orde en zocht al mijn spullen bij elkaar. Om 12:00 ging de wisselpost open en vertrok ik die kant op. Het viel me direct op hoe mega lang die wisselpost wel niet was. Naast de 85 vrouwelijke deelnemers, stonden er ook nog zo’n 500 mannen aan de start. Dat waren heel veel fietsen, in een hele lange lijn. De vrouwen waren helemaal achter gestopt, dat betekende heel ver lopen met de fiets aan de hand. Niets aan te doen, op naar de start. Dat was nog best een stuk lopen.

Vanaf de zwemstart was het 1 km rechtuit zwemmen, terug naar de wisselpost. Dat was zeker niet makkelijk. Het was zwemmen tegen de stroming in en in de verste verte was het einde niet in zicht. Het lagen geen boeien in het water zoals normaal, er was geen richtpunt. Zeker mentaal merkte ik al snel dat het zwaar was. Het water was steenkoud, ik kreeg kramp rond mijn hamstrings en tenen, maar er was geen einde te zien. Omdat het tempo wat lager lag door de stroming, duurde het in mijn ogen ook veel langer dan waar ik op rekende. Uiteindelijk kwam ik even naar boven om goed te kijken, waar was dat einde nog eindelijk zeg?! Was ik er misschien al voorbij gezwommen? Nee ik was er nog niet, ik zag wat mensen voor me liggen maar ik had echt geen idee hoe ik het deed. EIN-DE-LIJK was daar het einde. Ik klom het water uit in de veronderstelling dat ik één van de laatste was. Mijn moeder riep dat het heel erg goed ging, ik geloofde er niks van. Later kwam ik erachter dat iedereen langzamer had gezwommen dan gebruikelijk, ook de allersnelste hadden het blijkbaar zwaar gehad. Achteraf gezien zwom ik dus eigenlijk nog best wel goed. 🙂

Heel erg koud liep ik naar mijn fiets, ‘jeetje wat was die wisselpost lang’. Mijn wetsuit ging vlot uit, ik was wat duizelig maar ik had mijn fiets snel te pakken en ging er van door. Het eerste stukje op de fiets was direct wel even aanpoten, het liep bergop, gevolgd door een stukje met hele kleine steentjes en nog een stuk bergop met wind van voor. Ik merkte dat mijn ademhaling redelijk hoog zat en probeerde die onder controle te krijgen. Na een kilometer of 5 voelde ik me eigenlijk heel goed en gooide ik het tempo open. Ik werd ingehaald door een hele sterke fietser, dat vond ik eigenlijk geen probleem. Toen ik haar zo’n 10 kilometer later weer inhaalde kwam ik pas echt in de flow. Ik zag op mijn teller wel dat het hard ging, maar dit was de bevestiging dat ik echt hard ging. Als een soort robot ging ik door, fietsen, drinken, eten, drinken, fietsen, drinken, eten, drinken etc. Ik ging de tweede ronde in en dacht dat het niet meer stuk kon. Halverwege de tweede ronde kreeg ik het echter wel een wat zwaarder. Lag het aan mij of was het echt harder gaan waaien? Het tempo zakte een klein beetje en ik merkte dat ik mijn hartslag niet echt meer heel hoog kreeg. Ik was een bidon kwijtgeraakt en was wat zuiniger aan gaan doen met drinken, de gelletjes kwam mijn neus uit maar ik probeerde toch door te eten. Het was op kilometer 85 dat het licht uit ging. Mijn hartslag wilde niet meer omhoog, mijn tempo ging verder naar beneden en ik was licht in mijn hoofd. Nog een laatste, lange stuk wind tegen zwoegde ik richting het einde.

 

 

Ik kwam aan de post en daar stond mijn moeder. “Je ligt 13e, super goed! Gaat het?”. Ik riep terug: “Nee, ik ben helemaal naar de klote!”. En dat was ook zo, ik was helemaal klaar en half dood. Ik deed mijn schoenen om mijn dove tenen en begon met lopen. Die eerste 3 kilometer liep ik nog een redelijk tempo. Ik voelde me absoluut niet goed maar op de automatische piloot gingen mijn benen door. Ik nam nog een gelletje met cafeïne in de hoop daar wat van op te knappen. Helaas mocht het niet meer baten. Vanaf kilometer 5 ging het licht echt uit. Mijn voet deed zeer en mijn lichaam liet langs alle kanten merken dat het niet meer wilde. Ik was misselijk, duizelig en wisselde af tussen warm en koud. Het was aanpoten tot de finish eindelijk in zicht was. Ik hoorde de speaker omroepen en wist dat ik er bijna was. Nog een laatste kleine stukje. Ik was tijdens het lopen daar best wat vrouwen ingehaald, sonde. Maar eigenlijk maakte het me op dat punt niet meer zoveel uit. Van half dood was ik inmiddels bijna overleden en ik wilde vooral dat het klaar was.

 

 

Uiteindelijk kwam ik als 23e vrouw over de finish in een tijd van 4 uur en 8 minuten. Ruim een kwartier sneller dan vorig jaar, toen het fietsonderdeel ook nog zo’n 7 kilometer korter was. Al met al dus een flinke verbetering van mijn vorm, maar toch was ik niet echt tevreden over mijn race. Ik had het slecht ingedeeld, had met te veel laten lijden door mijn enthousiasme in het begin van het fietsonderdeel en had toch te weinig gedronken en gegeten. Een goede leerschool voor de volgende. Over 4 weken zal ik aan de start staan in Terheijden voor mijn allereerste halve triathlon.

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*