Triathlon

Raceverslag: Halve triathlon Challenge Mallorca

Ik keek al heel erg lang uit naar deze wedstrijd en eindelijk was het dan afgelopen zaterdag zover: de halve triathlon van challenge in Mallorca. Op donderdag ochtend om 07:00 uur vertrok het vliegtuig al vanaf Eindhoven. Zaterdag 19 oktober om 09:22 uur ging ik van start, lees je mee naar mijn raceverslag van de halve triathlon challenge Mallorca?

Op zaterdag ging om 06:00 uur mijn wekker, tijd om te gaan ontbijten. Vervolgens kon ik lekker rustig aan doen, mijn fiets en spullen stonden namelijk allemaal al klaar in de wisselpost. Op het gemakje ging ik die kant op, ik checkte nog even alles en kon toen richting de zwemstart. Het water zag er heftig uit, hoge en woesten golven sloegen om op het strand. Ik deed mijn wetsuit aan en had er zin in, die golven zouden wat dieper in de zee vast minder zijn. Ik stond redelijk vooraan op de startrij en rende het water in. Als Nederlandse was ik veruit de langste en ik besloot dat dit in mijn voordeel moest werken. Zo lang mogelijk rende ik door de zee heen, springend over de omslaande golven. Waar andere meiden al vrij snel moesten gaan zwemmen om niet kopje onder te gaan, kon ik nog even langer blijven lopen. Dat werkte in mijn voordeel want ik kon met de eerste voorop gaan zwemmen. Al snel besefte ik daar dat het niet alleen die omslaande golven op het strand waren die voor problemen zouden zorgen, de hele zee bleek één wild water baan. Ik probeerde de golven aan te voelen, ik probeerde niet onderwater te raken, ik probeerde geen water binnen te krijgen en ik probeerde vooral vooruit te komen. Hoe ik dat deed? Niet echt door normaal te zwemmen, ik had geen idee wat ik aan het doen was maar ik moest en zou vooruit komen. Al heel snel haalde ik mannen in met paarse badmutsen, zij waren 3 minuten voor me gestart. ‘Oké mooi, je komt dus in ieder geval redelijk goed vooruit’. Hoe hard ik ging, hoe ver ik al was en waar de andere dames waren? Ik had geen idee. Door de hoge golven kon ik eigenlijk niets zien voor me. Als een soort surfplank werd ik steeds gekatapulteerd op een hoge golf, gevolgd door een neerstortende beweging na de golf. ‘Pfoe jeetje, dit was heftiger dan verwacht’. Ineens kreeg ik de boeien in het oog, ‘gelukkig ik was nog op de goede weg’. Inmiddels begon ik ook mannen met andere kleuren badmutsen in te halen, mannen die 6 minuten, 9 minuten of zelfs 12 minuten voor me waren gestart. Ik draaide de boei om en moest nu weer in een rechte lijn terug naar het strand, nog een kleine kilometer te gaan. Vanaf nu had ik stroming mee, dat zou vast wat makkelijker gaan, toch? Ook dit bleek niet zo te zijn, op een golf werd ik vooruit gedragen maar vervolgens werd ik weer net zo hard terug de zee in gezogen. Ik probeerde golfslag en frequentie aan te voelen, ik paste mijn slag hier wat op aan. Tijdens de golf iets minder kracht, na de golf bij het terugzuig moment iets meer kracht. Geen idee of dit een theoretisch onderbouwde techniek is, maar het leek wel te helpen. Ik zwom van groepje naar groepje, het strand was te laag achter de golven en kon ik niet zien, ik hoopte dus maar dat de andere de goede richting uit gingen. Uiteindelijk was daar de boog op het strand, half struikelend probeerde ik het water uit te rennen, ik dacht zo een minuut of 40 na het startschot. Ik drukte mijn horloge op door naar de wissel en zag daar mijn zwemtijd, ruim 34 minuten. ‘Hu?! 34 minuten?! Hoe kan ik in deze omstandigheden net zo snel zijn als in de makkelijkere omstandigheden in Knokke?! Ik wist wel dat het zwemmen de afgelopen weken beter ging in het zwembad, maar dit had ik niet verwacht. Vol nieuwe energie ging ik door naar de wisselpost, ‘kom maar op met de rest!’.

De wisselpost was ik vrij snel uit. Tasje van het haakje pakken, helm eruit, wetsuit erin, helm op en naar de fiets. Ik sprong de fiets op en voelde me vol power. Het was een heuvelachtig parcours en al snel kwam ik erachter dan het nog wat heuvelachtiger was dan verwacht (zeg maar gerust bergachtig). Ik schakelde wat lichter en kwam eigenlijk goed de berg op. Ik haalde mannen en vrouwen in en voelde het vertrouwen groeien, ‘dit kon wel eens een succes gaan worden’. Een klein stukje afdalen vol op snelheid (ik hou van afdalen) en hop de rest van de beklimming op. Het ging goed, tot dat ene moment, na ongeveer 13 kilometer net voor de hoogste top. De weg werd aan twee kanten gebruikt, links fietste mensen omhoog, rechts fietste mensen naar beneden, de weg werd gesplitst door pionnen in het midden. Ik ging richting een bocht en toen was daar ineens iemand die naar beneden kwam, maar die bocht volledig miste. Hij ging te hard, kan niet meer bijsturen en kwam met volle snelheid mijn kant op. Ik schreeuwde en kneep in mijn remmen, hij ging alleen te hard om nog bij te sturen en voor ik het wist kegelde hij me onderuit. BAM, ik ging over mijn fiets heen en kwam languit op de grond terecht. Ik voelde pijn en deed een snelle inspectie, ‘geen gekke extreme pijnen, geen uitstekende botten en geen kapotte kleren, oké door dan maar’. Ik pakte mijn bidon met voeding van de grond en ging voorzichtig met de fiets naar de kant van de weg (er waren natuurlijk allemaal anderen nog steeds vol naar boven en beneden aan het fietsen). Ik wilde mijn trapas zo draaien dat ik makkelijk kon opspringen en besefte toen dat mijn wiel niet meer draaide. Ik keek naar achter en zag mijn ketting in een hele gekke positie zitten, mijn derailleur had een nog gekkere positie. Zo goed en zo kwaad als het ging probeerde ik de boel weer op orde te krijgen, mijn vingertoppen lagen echter open waardoor ik mijn handen moeilijk kon bewegen. Na wat wrikken leek de ketting weer los te zitten maar helaas kon ik nog steeds niet schakelen. Mijn ketting stond op de zwaarste versnelling en ik kreeg er geen beweging in. Zo verder naar boven fietsen vanuit stilstand was niet te doen. Ik wrikte en wrang nog wat verder maar het lukte niet. Inmiddels was ik in paniek geraakt, alles deed pijn, mijn fietst wilde niet meer en ik werd door heel veel mensen ingehaald terwijl ik daar stond. Degene die me onderuit gehaald had was al lang weer vertrokken en de frustratie was groot. Ik dacht dat het niet meer ging lukken. Ik ging op de vangrail zitten, fiets tegen me aan gezet en ik begon te huilen. Mijn wedstrijd was voorbij. Ik was zo goed gestart, ik voelde me zo goed maar hier hield het op, ik kon zo niet verder fietsen. Ik huilde en was in paniek, want hoe kon ik met een niet werkende fiets weer terug naar de start rijden?

Toen was daar mijn reddende engel, twee juryleden op een motor. Ze stopte, vroegen of ik oké was. ‘Yes I’m fine, snik snik, but my bike is broken, snik snik’. De man achter op de motor boog zich over mijn fiets en begon ook te wringen, hoelang het duurde en hoe hij het deed weet ik niet, maar uiteindelijk draaide alles weer en kon ik ook weer schakelen. Ze vroegen nogmaals of ik oké genoeg was om weer te fietsen en ik besliste op dat moment dat ik door moest. Mijn fiets werkte weer en ik moest maar gewoon gaan kijken hoe goed ik zelf nog ‘werkte’. Ik stapte op, werd nog even aangeduwd door de man van de jury en ging weer opweg. Het voelde even onwennig, ik was nog steeds lichtelijk in paniek en kon niet lekker zitten. Ik bleek net onder de top te zitten en na een 180 graden bocht kon ik nu naar beneden. Ik was het vertrouwen even kwijt en ging rustig naar beneden. Helemaal niet mijn stijl, maar ik moest mijn ademhaling en emotie weer onder controle zien te krijgen. Hoe langer ik aan het dalen was, hoe meer ik weer in mijn element kwam. Iedere vorm van uitslag was dan wel verkeken, ik ging deze wedstrijd gewoon finishen, deze wedstrijd had ik namelijk gekozen omdat hij perfect was in aanloop naar mijn hele ironman, het zou sonde zijn voor mijn voorbereiding om hem niet af te maken. Iedere trap deed mijn heup pijn en hoe langer ik op de fiets zat, hoe meer pijn mijn elleboog deed in het stuurtje. Ik zag hem dikker worden maar na een paar keer buigen en strekken besloot ik dat hij toch echt niet gebroken kon zijn. Na 45 kilometer zat de eerste ronde erop en besloot ik de tweede ronde gewoon vollebak door te gaan. Pijn werd genegeerd en eigenlijk fietste ik mijn tweede rondje nog helemaal niet zo slecht. Ik haalde mensen in die ik al eerder had ingehaald (en zij mij dus toen ik stilstond). Het vertrouwen was terug en op de rechte afdaling die ik vrijdag had verkent durfde ik het gas weer volledig open te gooien. De 90 km waren uiteindelijk nog best wel snel voorbij en ik kon de wisselpost weer in.

Fiets wegzetten, tasje pakken, schoenen eruit, helm erin, schoenen aan en gaan. Zodra ik de eerste stap zette, besefte ik dat mijn linker bovenbeen ontzettend veel pijn deed. Op de fiets had ik daar geen last van gehad maar ik keek naar beneden en zag een groot, blauw ei ontstaan. De eerste kilometer liep ik in 4:55 maar ik kwam er al vrij snel achter dat dat niet vol te houden was. Iedere stap deed pijn en mijn lichaam wilde eigenlijk gewoon rust. Na nog een kilometer in 5:05 riep ik naar mijn moeder lichtelijk in paniek; ‘ik ga hem gewoon rustig uitlopen’. Ik wilde geen risico’s nemen, ‘wat als ik mijn bovenbeen spier zo meteen scheur?!’. Ik liet het tempo zakken richting 5:30-5:45 wat helemaal niet vervelend was in de hitte en met de nodige hoogtemeters. Ik telde de rondjes af, nog 3, nog 2 en oké de laatste lukt me ook nog wel. Toen die finish in zicht kwam kon ik alleen nog maar verder janken, van blijdschap omdat ik het toch had gehaald maar ook van verdriet omdat dit helemaal niet was gegaan zoals ik had gewild, omdat ik helemaal niet de tijd had neergezet die ik had gewild en omdat alles gewoon heel veel pijn deed. Ik kreeg mijn medaille om mijn nek en wilde zo snel mogelijk de recovery area verlaten, opzoek naar een plaats om even alleen met mezelf te zitten en te huilen. Toen ik mijn moeder uiteindelijk zag brak ik helemaal, dit was zo zo stom en ik was zo zo boos. Boos omdat iemand anders mij onderuit had gehaald, boos uit machteloosheid omdat ik er zelf niets aan had kunnen doen.

Zoals het altijd met wedstrijd gaat maakte mijn negatieve emoties gedurende de tijd steeds meer plaats voor positieve emoties. Ik had zitten janken omdat ik dacht dat ik uit de wedstrijd was, ik had mezelf bij elkaar geraapt, de knop omzet en ik was gewoon toch nog gefinisht in een tijd die helemaal niet zo slecht was, namelijk: 5 uur en 38 minuten. Inmiddels gaat het goed met me. Ik ben bont en blauw maar het lijkt allemaal niet ernstig te zijn. Ik ben blij dat ik door heb gezet en de finish heb gehaald. Dit was uiteindelijk fysiek en mentaal toch nog de ultieme laatste wedstrijd voor mijn hele triathlon op 1 december.

Heel erg bedankt voor al jullie steun, dat heeft me ontzettend goed gedaan. Wil je weten hoe het me de komende weken nog vergaat? Via instagram deel ik mijn hele journey met je en zal ik ook nog meer foto’s van de wedstrijd delen.

Liefs, Maartje

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*