Triathlon

Raceverslag: Ironman Western Australia

Ja hoor, EIN-DE-LIJK was het dan zo ver! Mijn eerste hele, volledige, full distance triathlon. Na een jaar lang voorbereiden voor deze specifieke wedstrijd was mijn moment eindelijk daar. Wellicht heb je me afgelopen jaar gevolgd via Instagram of via mijn weekvlogs op Youtube en weet je een beetje hoe de voorbereiding is geweest. Wellicht heb je nog nooit iets van me gelezen en heb je geen idee wat er allemaal vooraf is gegaan. Een terugblik op het afgelopen jaar volgt later nog, vandaag wil ik het even alleen specifiek over de wedstrijddag hebben. 1 december 2019, mijn dag. Lees je mee naar mijn raceverslag van Ironman Western Australia?

De dag begon al vroeg. De rolling starts stonden gepland vanaf 07:00 en dat betekende om 03:45 uur de wekker. Om 3:50 zat ik aan mijn ontbijt, een grote bak overnight oats met alles erop en eraan. Netjes 3 uur voor de wedstrijd had ik het meeste op en kon het dus rustig zakken. Douchen, aankleden en wegwezen. Gelukkig ging alles voor de start erg soepel en stond ik om 06:45 uur braaf in mijn startvak. Stijf van de zenuwen maar met een grote grijns op mijn gezicht. Ik had er zo veel zin in, al kon ik ook nog niet helemaal beseffen wat ik zou gaan doen.

Zwemmen

Vanaf de kant rende ik het water in, gelukkig voelde het niet koud. Het was dan misschien geen massa start, maar aangezien er iedere 2 seconde 2 mensen van start gingen was het alsnog redelijk druk in het water. Ik vond het lastig inschatten hoe hard ik precies zou kunnen gaan. ‘Geen sprint inzetten Maartje, dit duurt lang, zoek een comfortabel tempo dat je vol kunt houden’. Zo gezegd zo gedaan, ik begon te zwemmen en dat voelde best prima. De eerste paar honderd meter waren recht de zee in. Vervolgens onder de Busselton Jetty door naar links, ‘Hey dit was een klein beetje stroming mee’. Ik had niet het idee dat ik iedereen eens naar huis aan het zwemmen was, maar het voelde best goed. Na een kilometer rechtdoor moesten we twee keer links om een boei en weer terug. ‘Oef nu is er wat stroming tegen, ik voel het wel een beetje in mijn armen maar hier ben ik juist altijd goed in, door zwemmen dus’. Ik ging wat mensen voorbij inclusief twee vrouwen met dezelfde kleur badmuts als ik, het zelfvertrouwen werd wat extra aangewakkerd. Weer twee keer links en de tweede rond in. Eerst dat stuk stroming mee meer, ‘Was die stroming nu minder hard geworden of waren mijn armen toch wat moe aan het worden?’. Weer twee keer links voor het laatste stuk stroming weer terug richting het einde, ‘Was die stroming nu toch ineens harder geworden of waren mijn armen echt vermoeid geraakt?’. Ergens gaf het best wel een kik dat ik al ruim 3 kilometer aan het zwemmen was, dat laatste stuk kon ik dus vast nog een ‘eindsprintje’ doen dacht ik zo. Echt een versnelling was het volgens mij niet maar met de laatste krachtige slagen kwam ik aan richting het strand. ‘Ha, het eerste onderdeel zit erop’. Ik rende de kant op en drukte mijn horloge naar de wisselfunctie, ik spiekte even en zag daar 1 uur en 8 minuten. ‘Hmm, ik had eigenlijk wel verwacht dat ik rond de 1:05-1:06 zou zitten’. ‘Toch nog maar wat extra tijd inhalen in de wisselpost dan’. En of ik dat deed, ik vloog door de eerste wissel heen zou later in de uitslag zien dat ik de tweede wisseltijd had op dit punt.

Fietsen

Oké door naar onderdeel twee, 180 kilometer fietsen, dit zou echt best een lang stuk worden. De eerste paar kilometers waren wind tegen en ik zei streng tegen mezelf dat ik rustig moest blijven. ‘Het is nog ver, niet te gek, netjes op je hartslag letten en doortrappen’. Hierdoor was mijn snelheid wel minder hoog dan gebruikelijk in een wedstrijd maar ik ging er vanuit dat ik dat wind mee wel weer op zou halen. Daarnaast ging ik best veel mensen voorbij dus blijkbaar ging ik in vergelijking met de rest toch aardig goed. Steeds als ik werd ingehaald keek ik even naar stiekem naar rechts (Australië he, links aanhouden dus en rechts worden ingehaald), gelukkig zag ik daar alleen grote sterke extreem snelle mannen voorbij komen zoeven. ‘Oké geen probleem, die gasten zijn sterker en mogen je inhalen, helemaal prima’. Ik hield me netjes aan mijn voedingsplan en bleef drinken. Ik was een machine en zo moest ik mezelf ook vooral blijven zien, netjes onderhouden en op tijd tanken. De eerste 40 kilometer waren eigenlijk zo voorbij. Ik had nog steeds niet echt topsnelheden gehaald maar ik had wel het idee dat ik dit prima vol kon houden en dat ik met 5 en een half uur wel van de fiets zou stappen. Na een tijdje begon mijn zadel wat minder lekker onder mijn billen te voelen en ook mijn tenen werden een beetje loom maar nekspieren voelde ik niet, dat was een goed teken wat blijkbaar bleef ik netjes in positie zitten. Rond kilometer 60 begon mijn rechter schouder ineens heel erg veel zeer te doen, op een hele rare manier zoals ik dat nog nooit eerder had gehad tijdens het fietsen. Ik probeerde wat te gaan verzitten maar het hielp niet echt, een felle stekende pijn was me erg aan het afleiden. Ik legde mijn arm een beetje onhandig over mijn stuur en probeerde zo maar door te gaan. ‘Gelukkig’ werd ik al vrij snel door iets anders afgeleid, ik moest namelijk steeds nodiger plassen. Vooraf had ik met mezelf afgesproken dat ik niet naar een dixie zou gaan, dat vond ik tijdverspilling. Als je moet plassen doe je het in je broek. Makkelijker gezegd dan gedaan bleek, want met geen mogelijkheid kreeg ik mijn blaas leeg. Al mijn spieren waren bezig met het leveren van een inspanning, hoe kon ik dan dat ene stukje van mijn lichaam ontspannen? Misschien had ik dit tijdens trainingen moeten oefenen want het lukte me echt niet. Nadat ik me hierdoor voor een kilometer of 3 te veel liet afleiden besloot ik het op te geven, als ik echt niet meer kon ophouden zou het vanzelf wel gaan lopen, terug naar de fiets nu.

Rond kilometer 80 merkte ik dat mijn hartslag wat begon te zakken. Ik kon mijn tempo nog wel vasthouden maar echt opvoeren zoals ik aan het begin van de race had bedacht ging niet. Ik ging terug richting Busselton om mijn eerste ronde af te ronden en lag precies op een tijd van 2 uur en 45 minuten. Oké dit ging geen absolute top fietstijd worden maar als ik zo maar door zou gaan zou het wel goed komen, mijn benen voelde nog niet heel moe dus dat moest gaan. Hoe dichter ik bij het keerpunt kwam hoe meer mensen er langs de kant stonden. Na 90 kilometer op de afgelegen natuurrijke wegen was die sfeer goed voor me. Hoppa, klaar om nog een ronde. Al snel begon mijn enthousiasme wat om te slaan. De tweede ronde begon met datzelfde stuk wind tegen als de eerste ronde maar deze keer ging ik nog wat minder hard. Waar je normaal wind tegen harder gaat trappen, jezelf vermoeider maakt en je hartslag ziet stijgen ging mijn hartslag in de volgende kilometer juist steeds wat verder naar beneden. Hoe hard ik ook probeerde te trappen, ik ging niet harder vooruit en ik kreeg mijn hartslag niet terug omhoog. ‘Niet direct reden voor paniek, zo wind mee haal je het wel weer in’. Maar dat gebeurde niet, het volgende stuk wind mee liet ik tijd liggen en zakte mijn hartslag alleen nog maar verder. De paniek begon nu een beetje toe te nemen. Ik had goed gegeten en gedronken, mijn benen waren eigenlijk nog niet eens moe maar mijn hartslag bleef maar dalen en zo ook mijn tempo. In die eerste ronde had ik nog een aantal vrouwen uit mijn categorie ingehaald en lag ik even op een derde plaats, inmiddels waren er al weer twee vrouwen die mij hadden ingehaald. ‘Waarom kon ik niet harder fietsen?! Wat was er aan de hand?!’. Ik wist dat ik rustig moest blijven maar toch lukte het niet. Ik werd wanhopig, ik had hier zo hard voor gewerkt, het moest er nu uitkomen, waarom wilde mijn lichaam dan niet meewerken? Rond kilometer 120-130 besefte ik dat het zo echt niet de goede kant op ging. Mijn harslag wilde inmiddels niet veel verder omhoog dan hoog in mijn hartslagzone 2. Ik deed mijn uiterste best om toch een acceptabel tempo te behouden maar ik wist dat ik tijd aan het verliezen was.

Uiteindelijk was hij daar, mijn eerste traan. Hij rolde over mijn wang naar beneden en ik kon er niets aan doen. Na die ene volgde er meer. Mijn lichaam wilde niet meewerken en ik baalde zo ontzettend dat het ook in mijn koppie ging zitten. Steeds meer mensen haalde me in en ik voelde me een lozer. Ik wist dat er twee meiden aan de start stonden die ik niet zou kunnen verslaan, het was geen wedstrijd om winst van concurrenten maar een wedstrijd met mijzelf. Voor mijn gevoel was ik die wedstrijd op dit moment aan het verliezen. Mijn hartslag was inmiddels richting zone 1 – herstelzone gedaald, ik fietste nog zo’n 25-26 km/h en was zo boos op mezelf. ‘Dit is verd**mme geen toertocht!’. Met nog 10 km voor de boeg begon ik te rekenen. Ik had zo’n 25 minuten verloren ten opzichte van mijn eerste fietsronde. Met 7 uur zou ik de wisselpost inkomen, met een steady marathon zou ik nog steeds onder de 11 uur kunnen finishen. Hoewel ik niet echt op mijn lichaam en een steady (laat staan sterke) marathon durfde te rekenen besefte ik ook dit ik met deze negatieve gedachte niet verder zou komen. Ik moest en zou mezelf weer op de rit krijgen. Ik reed terug richting de wisselpost en nam bewust niet heel veel haast voor mijn wissel. Even rustig ademen, kalm worden, de boel weer op de rit krijgen en doorgaan naar het derde onderdeel van deze ironman, het was namelijk allemaal nog helemaal niet voorbij.

Lopen

Starten met lopen zorgde voor nieuwe adrenaline. Doordat ik op de fiets niet echt diep had kunnen gaan had ik mijn benen nog helemaal niet zo moe getrapt. Die eerste kilometer kreeg ik hoop, dit zou nog best eens redelijk kunnen gaan. Alleen wel irritant dat mijn tenen zoveel zeer deden van die fietsschoenen zeg, en man ik moest toch nog wel echt heel erg nodig plassen nu. De eerste paar kilometers liep ik zo door. Ik voelde dat het nog een lange weg was maar als ik mijn benen op de automatische piloot zou laten voortbewegen moest het goed gaan komen, mijn horloge en hartslag besloot ik te negeren. Vanaf nu was het alleen nog lopen, eten, drinken en blik op oneindig. Na 8 kilometer begon mijn blaas echt te steken, ‘waarom is plassen toch zo moeilijk tijdens het sporten?!’. Ik besefte me dat ik niet nog 35 kilometer door zou kunnen lopen, dan zou ik echt heel veel buikpijn gaan krijgen. In een split second maakte ik een keuze, ik zag een dixie op groen en sprong erin. ‘Shit die trisuit is nat omdat ik daarnet nog een plens water over mezelf heb heengegooid, hoe ga ik dit uit doen?’. In de volgende split second maakte ik weer een keuze, ‘zitten en plassen door je trisuit heen, of je nu lopend of zitten in je broek plast, het is een blijft broekplassen’. Ik denk dat ik met die voorval amper een minuut verloren ben. Toen ik de dixie uitstapte voelde ik me een stuk beter. 3 meter later stond een sproeier en daar rende ik doorheen, hop een weer schoon. Door de hitte van 30+ graden was het sowieso constant een kwestie van emmers water over je heen gooien, weer opdragen, onder een sproeier doorlopen en weer opdrogen. Ik besloot dat dit voorval nog best een goede zet was geweest en was klaar voor mijn eerste doorkomst.

In die tweede ronde begon ik het al wat minder leuk te vinden, mijn tenen waren zo dood dat ik ze niet meer voelde, mijn benen daar en tegen begon ik nu wel meer te voelen. Mijn tempo (en hartslag zag ik na afloop op mijn horloge) hadden weer een daling ingezet. Vanaf nu was het overleven, lopen, eten en drinken. Ik passeerde het bordje ’16K accomplished’, jeetje wat was er nog een end te gaan. Lopen, eten, drinken, lopen, eten, drinken. Inmiddels besefte ik ook dat ik niet binnen de 11 uur zou finishen. Het zat er gewoon niet in vandaag en langzaam kwamen de negatieve gedachten toch weer opzetten. Ik had gelukkig wel een speerpunt gevonden. In de verte zag ik een klein meisje in het groen. Ik hoorde dat ik dichterbij kwam en dat ik nu op een 6e plaats lag. ‘Een 6e plaats, waar waren al die anderen dan? Nog achter mij? Maar ik ging zo langzaam?’. Achteraf gezien ging ik helemaal niet zo extreem langzaam, mijn eerste halve marathon was helemaal niet zo slecht. Ik ging alleen langzamer dan ik zelf wilde. De tweede doorkomst, ik was op de helft maar moest ook nog zo ver.

Ik tufte door en als je gevolgd hebt via het routekaartje heb je misschien gezien dat ik rond kilometer 30 een kleine 5 minuten stilstond. Nee ik was geen pauze aan het houden, ik moest ineens heel onverwacht een pitstop maken. Hoewel eten en drinken tot daarvoor eigenlijk best goed gegaan was, besloten mijn darmen van het één op het andere moment dat het genoeg was. ‘Gewoon negeren’ dacht ik nog maar toen de krampen steeds heftiger begonnen te worden besefte ik dat ik toch wel echt een probleem aan het krijgen was. Ik had hier zo vaak van mensen over gehoord en ik had zo gehoopt dat het mij niet zou overkomen maar helaas. Ik sprintte naar een dixie voor het laat zou zijn, wurmde mijn trisuit zo snel mogelijk naar beneden (ja hallo, plassen oké maar er zijn grenzen) en besefte toen dat ik precies op tijd was in dit kleine hokje. Toch nog wel bezorgd over mijn tijd ronde ik dit voorval zo snel mogelijk af en ging ik weer op weg. Vanaf toen was het wel echt klaar met mijn lichaam, het wilde niet meer. Ik besloot van mijn voedingsplan af te stappen en mijn eigen voeding te verruilen voor cola en watermeloen. Hoe gek dit ook klinkt, die andere smaken en structuren bevielen me zo goed! Ik ging er zeker niet harder van lopen maar ik begon wel af te tellen van post naar post, weer een slokje cola en weer een stukje koude watermeloen. Mijn buik hield zich nu rustig, gelukkig maar.

Eindelijk was daar dan die laatste ronde, nog een keer die ellendige laatste kilometers. Zowel mentaal als fysiek was het klaar. Mijn benen begonnen nu echt pijn te doen en mijn hoofd wilde zo graag dat dit voorbij zou zijn. Ik vond het niet leuk meer, ik was niet meer aan het genieten en ik was aan het vechten tegen nog meer tranen. Overal om me heen zag ik mensen wandelen, ik wilde niet gaan wandelen. ‘Je gaat niet wandelen Maartje, dit is verd**mme de avond vierdaagse niet!’. En dus bleef ik rennen, maar echt op rennen leek het niet meer. Ik kwam amper vooruit en begon me steeds slechter en slechter te voelen. Vanaf kilometer 37 begon zelfs de cola en watermeloen me tegen te staan. Nog 5 kilometer, nog een half uur (uh kleine miscalculatie, je komt namelijk bijna niet vooruit), ik besloot het maar gewoon alleen met water te doen. Die 5 kilometer waren de langste 5 kilometer die ik ooit heb gelopen. Op kilometer 39 hield ik het niet meer en sprak ik met mezelf af dat ik 200 meter mocht wandelen. Oh wat voelde dat heerlijk maar oh wat voelde het daarna vreselijk om weer te moeten gaan hardlopen. Een kilometer later wandelde ik dus nog een keer 200 meter, dit keer vergezeld door een boel tranen. Ik kwam de drukte weer in, vanaf nu was het een mensenmassa tot aan de streep. ‘Oké Maartje, dit kun je, je doet er sowieso een uur langer over dan je had gepland, het was vreselijk, maar je gaat die finish halen en je gaat er dan in ieder geval voor zorgen dat je niet boven de 12 uur uitkomt’. Als een soort van joggende snelwandelaar ging ik richting de finish (echt, als ik later een filmpje plaats zal je zien dat mijn looppatroon om te huilen was). ‘Jezus hoe lang duurde het nu voor dat punt er was dat je niet de volgende ronde meer in hoefde maar naar de finish mag, dat was toch hier?’. Uiteindelijk kwam dat punt, ik nam de afslag, weg van de prachtig mooie maar toch vreselijke parcours, weg van de pijn en de ellende. Ik draaide het bekende rode tapijt op, ‘jeetje dit is nog best een lang stuk om een feestje te vieren’. Er was muziek, er waren heel veel mensen, ik keek naar de boog en zag dat ik het binnen 12 uur zou redden, ik zag mijn vriend aan de kant vol trots staan (hij had blijkbaar niet door dat ik helemaal niet trots was) en hoorde dan eindelijk die woorden; Maartje van Gestel, you are an Ironman!

Tranen kon ik niet meer tegenhouden en vanaf nu hoefde dat ook niet meer. Er stond een vrouw op me te wachten, ik kreeg een gigantische medaille om mijn nek en een handdoek om me heen. Ze sloeg een arm om mee heen en bracht me richting de recovery zone. ‘Is this your fist time?’, ‘Y-yyy-es’, ‘Ah it’s okay, everyone cries the first time, tears of joy’. Tears omdat ik blij ben dat deze lijdensweg voorbij is dacht ik bij mezelf, op dat moment voelde ik alleen joy omdat het voorbij was, niet om wat ik had gepresteerd. Ik zat in de recovery zone met mijn handdoekje op een stoel, benen op ook op een stoel want het voelde alsof ze er anders niet aan zouden blijven hangen. Ik bleef huilen. Ik besef me dat dit erg ondankbaar kan klinken, dat er veel mensen heel erg blij zouden zijn met mijn resultaat, dat ze zouden willen dat ze überhaupt in staat waren om dit soort dingen te kunnen doen, maar het voelde echt alsof ik had verloren. Ik wist dat ik de finish zou moeten halen als er geen gekke dingen zouden gebeuren, ik wist dat ik goed voorbereid was. Ik wilde onder die elf uur finishen en ik had op die derde plek willen staan, beide was niet gelukt en dus voelde het alsof ik had gefaald. Ik liet me meevoeren naar ons huisje, ik at nog een paar boterhammen bij gebrek aan echte eetlust, sprong nog even in de douche en viel toen als ik blok in slaap.

Als je goed naar mijn finish foto kijkt zie je dat er door die tranen toch ook een lag op mijn gezicht te zien is. Inmiddels is het ook wat gezakt en kijk ik met trots naar de medaille die hier hangt. Ik kwam uiteindelijk binnen in een tijd van 11:57:41 wat goed was voor een 7e plaats in mijn agegroup. Ik deed 01:08:41 over het zwemonderdeel (volgens mijn horloge zwom ik 3,98 km wat goed is voor een tempo van 1:44 min/100m. Ik fietste 5:48:50 met een gemiddelde snelheid van 30,9 km/h en liep de marathon in 4:51:21 met een gemiddelde pace van 6:55 min/km.

100% bevredigd ben ik niet, waarom wilde mijn lichaam niet? Ik had gegeten en gedronken volgens plan, was niet te hard gestart, had geen last meer van een jetlag en had genoeg geslapen in de afgelopen dagen. Stiekem, heel eerlijk voelde ik de afgelopen weken wel dat ik niet echt in vorm was. In de periode rond Knokke en Mallorca had ik me goed gevoeld maar de afgelopen weken voelde ik me vooral moe. In trainingen haalde ik niet meer de snelheden en tijden die ik toen tijdens de trainingen haalde. Ik had mezelf wijs gemaakt dat dat erbij hoorde. Dat ik in die laatste periode zo hard aan het trainen was voor die laatste paar procenten dat vermoeidheid daarbij hoorde, als ik in Australië zou gaan taperen zou dat goedkomen. Hoe graag ik ook wilde echt helemaal goed kwam het niet. Tijdens mijn rustige looprondjes lag mijn hartslag hier hoger dan thuis (zal wel door de temperatuur komen) en haalde ik mijn gebruikelijke tijden ook niet in het zwembad (zal wel door het ondiepe zwembad komen). Als ik er zo op terugkijk wilde ik te graag, heb ik mezelf afgelopen jaar te veel uitgeput, was ik de balans misschien te vaak zoek en heeft dat er nu voor gezorgd dat ik niet helemaal de prestatie heb kunnen leveren die ik wilde. Mijn lichaam vond het mooi geweest en wilde niet nog een keer zo diep gaan. Ik kan er nu niks meer aan veranderen maar het is zeker een les voor een volgende keer en daarmee hopelijk ook een les voor jullie.

Bedankt dat je tot het einde bent gekomen van dit verhaal. Bedankt voor de massale steun die ik afgelopen dagen heb ontvangen. Jullie hebben me doen inzien dat ik moet relativeren. Dat het finishen van een hele ironman een prestatie opzich is, eentje waar ik hoe dan ook heel erg trots op mag zijn. De komende week ga ik lekker genieten van mijn resterende vakantie hier in Australië. Met een lach op mijn gezicht want hell yeah, I’m an Ironman! En die tijd onder de elf uur, die gaat er komen, let maar op. 😉

13 Comments

  1. Astrid Roelen

    Prachtig verhaal lieverd. Je bent een kanjer. Love you

  2. Normaliter een stille meelezer, maar kon het nu echt niet laten: GE-WEL-DiG!!!! Super gedaan, mag je onwijs trots op zijn.

  3. Aaah mooi Maartje!

  4. Guust van der Steen

    Maartje, al enkele keren heb ik de Iron Man van Barcelona gezien in Calella. Gezien hoe zwaar het is. Veel waardering voor jouw presentatie. Gefeliciteerd en groeten, Guust.

  5. Van harte Maartje ! Grootse prestatie !

  6. Wauw Maartje, echt een prachtige prestatie. Daarnaast ook hulde voor je zelfreflectie en hoe je dit alles op papier hebt kunnen zetten. Daar heb je misschien nog wel meer aan dan alleen je fysiek. Ik volg je ruim een jaar en kan mij op veel vlakken met jouw levensstijl identificeren (voeding en sport). De laatste weken viel het mij op dat je vaak moe was en ook emotioneel instabieler. Bij mij heeft dit vaak toch ook te maken met de mate van herstel en het te lang in een negatieve “energieschaal” leven. Dat doet echt wat met je lijf, hoe goed je er verder ook voor zorgt. Eerder leek dit geen doel op zich voor je en de laatste weken wat meer (maar vergeef me als ik dit verkeerd zie). Ik weet zeker dat je onder die 11 uur gaat kunnen eindigen. Vergeet niet: herstel is nog belangrijker dan (hard) trainen! Maar echt: wauw wauw wauw en geniet van deze topprestatie.

    • Hoi Sanne, bedankt voor je reactie! Ik heb behoorlijk wat hormonale onrust ook in mijn lijf wat voor behoorlijke mentale schommelingen zorgt. Zeker richting het einde in combinatie met vermoeidheid en stress was dit soms heftig. Voor volgend seizoen wil ik daarom ook opzoek naar meer balans. 🙂

      • Die ga je hopelijk (vast) vinden! Maar hormonen ja pffft… die zijn soms behoorlijk uit balans bij zoveel sport en ik vind het ook lastig daar een goede oplossing voor te vinden. Mocht jij die vinden dan zou ik het super interessant vinden daar meer over te lezen (ookal is het heel persoonsgebonden natuurlijk)! Verdient zeker aandacht!!

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*