Vorm is variabel – raceverslag zwemloop Roosendaal – road to revanche #2

Na mijn trainingswedstrijdje op de racefiets vorige keer werd het afgelopen weekend nog serieuzer, ik deed mee aan een ‘echte’ wedstrijd, de lange zwemloop in Roosendaal. 14 weken na mijn Ironman was ik dan weer actief ik een multisport wedstrijd. Ik vond het spannend en had geen idee wat ik moest verwachten. Lees je mee naar mijn raceverslag van de zwemloop in Roosendaal en een road to revanche update?

Zondag ochtend 8 maart, ik ben mijn tas aan het inpakken. ‘Wat moet je ook al weer meenemen naar een wedstrijd?’. Ik voel me een newbe die voor het eerst naar een wedstrijd gaat. Er gaan kriebels door me heen, ‘hoe zou het gaan?’. Het was nu drie maanden na mijn Ironman. Het herstel was zwaar gevallen maar de laatste weken ging het trainen weer wat beter. Ik kon langzaam weer wat meer uren maken in de week, ik herstel sneller en had geen pijntjes meer in mijn benen. Ik had het trainen dan weer opgepakt, heel snel ging het nog niet. En dus vond ik het spannend, want hoewel dit nergens om ging, een wedstrijd is een wedstrijd en ik zag het weer als een behoorlijk test moment voor mezelf. Vooral het hardlopen vond ik spannend. Hoewel de marathon tijdens de Ironman niet geweldig ging, was de halve marathon in Breda wel een bevestiging van mijn gegroeide loopvorm en nu was ik benieuwd wat daar nog van over was. Met gezonde zenuwen reden we dus naar Roosendaal.

zwemloop roosendaal - maartje maria

Nummer ophalen, omkleden, inzwemmen, de adrenaline gierde door mijn lijf. Als adrenaline junkie kon ik dit gevoel eigenlijk wel weer heel erg waarderen. Nog even wachten en toen was het startschot daar. In een 25 meter bad ging ik met nog 5 anderen in de baan van start voor 1 km zwemmen, dat zijn dus 40 baantjes! Wat hou ik toch van ‘mijn’ 50 meter trainingsbad want hier wordt je hondsdol van. De eerste 2 keer dat ik omdraaide deed ik een keerpunt maar daarna ging ik over op muur aantikken en zo snel mogelijk weer omdraaien. Ik kan best keerpunten maken, maar ik ben nu ook weer niet een geschoolde wedstrijdzwemmer die daar tijd in wint. Daarnaast maakt het me in wedstrijdverband vaak een beetje dizzy. Omdraaien dus, al verlies je daar wel tijd mee op de echte wedstrijdzwemmers. Ik lag in het water en het viel me eigenlijk niet tegen. Ik voelde me niet super krachtig maar het tempo dat ik had gekozen kon ik goed volhouden. Hoe snel dat dan was wist ik niet. Ik had ‘s morgens een oogcrème opgedaan die inmiddels door de binnenkant van mijn zwembrilletje aan het glijden was. Ik zag niets op mijn horloge en hoopte dus maar dat de dames aan de kant mijn baantjes goed hadden geteld. Net op het punt dat ik het lang begon te vinden duren, kreeg ik een tik van de stok aan de kant. ‘Oké top, nog maar 50 m door’. Ik testte of er nog een kleine versnelling in zat maar het was wel redelijk klaar. Ik klom de kant op en rende naar mijn schoenen, volgens mij stond ik er nog niet zo slecht voor.

Eenmaal aangekomen in de wisselzone ging het wat minder florissant, ik kreeg mijn schoenen niet aan. Er zat geen beweging in tussen mijn voet en de schoenzool, het paste niet meer. Ik zat daar maar en zag steeds meer mensen voorbij komen, dit was stom! Ik werd gefrustreerd en stampte heel hard met mijn schoen op de grond. ‘Zo die zit maar jeetje wat doet mijn vinger zeer, die moet ik volgende keer maar niet als schoenlepel gebruiken’. Ik sprong omhoog en rende richting de deur om het zwembad te verlaten. Drijfnat liep ik de kou van buiten in. Mijn frustratie zat nog redelijk hoog en ik baalde dat ik zo onnodig veel tijd had verspilt met wisselen, hetgeen waar ik normaal juist heel snel ga. Zonder echt goed na te denken zette ik een soort sprint in. Ik racete weg op een tempo en ik voelde mijn hartslag omhoog schieten. ‘Oef dit ging volgens mij best hard’. Ik keek op mijn horloge en 4:55 min/km staan, precies de pace die ik oktober nog gedurende de halve marathon had gelopen. Met dat idee besloot ik dat dat nu ook nog wel over 10 km zou moeten lukken en dus liep ik door. Ik draaide een bruggetje over en belande tussen de weilanden tegen de wind in. ‘Hmm misschien was dit toch wel erg hard..’. Aangezien er 4 rondjes moesten worden afgelegd lag het eerste keerpunt al na ruim 1 km. Na het keerpunt ging het weer even wind mee en dus kon ik het nog aardig volhouden.

 

Ik draaide de twee ronde in en kwam die wind tegen weer tegen. Inmiddels liep ik al ruim 2 km boven mijn omslagpunt (ik keek niet meer op mijn horloge maar ik voelde het) en dat begon zijn tol te eisen. Mijn lichaam dwong me minder hard te lopen en mensen begonnen me in te halen. Dit was niet helemaal hoe ik het had ingeschat, maar ik besefte ook dat het mijn eigen schuld was, veel te hard gestart. In de rondes die nog volgden werd het een steeds grotere marteling. Aan het eind van ronde 2 had ik even het gevoel dat ik aan het herstellen was en weer iets kon versnellen, maar de volgende kilometer was dat al weer voorbij. Ik ging stuk, ik ging helemaal stuk. Het waaide steeds harder tegen (of dat lag aan mij) en het regende. Koud had ik het niet maar ik was aan het aftellen tot het klaar zou zijn. Die laatste ronde ging voor geen meter meer, ik stond bijna stil. Je moet dit gevoel een keer meegemaakt hebben om te weten wat ik bedoel. Ik wilde mijn snelheid houden, niet verder inzakken, maar ik kreeg mijn ene been gewoon niet meer voor de ander. Dit was afzien tot de max (check vooral ook even mijn gezicht in onderstaande foto’s) en wat was ik blij toen de finish eindelijk in zicht kwam. Eenmaal over de streep was ik de kluts even helemaal kwijt. Er waren blijkbaar niet meer genoeg koolhydraten en zuurstof naar mijn hersenen gegaan want ik bevond me in een wazige brain fog. Na een warme douche en eten kwam ik beetje bij beetje weer terug op de wereld.

Eenmaal thuis worp ik nog eens een goede blik op mijn data. Met een gemiddelde zwempace van 1:40 per 100 meter was ik niet ontevreden. Een gemiddelde loopsnelheid van 5:14 min/km deed wel even pijn. Was er dan niets meer van mijn vorm over? Een blik op mijn data van vorig jaar in deze periode gaven ongeveer dezelfde cijfers aan. Het verschil was dat ik toen de hele winter hard had getraind, deze winter had ik voornamelijk niks gedaan om te herstellen. Met die wetenschap kon ik toch weer opgelucht ademhalen. Vorm is variabel. Het is logisch dat ik minder in vorm ben dan eind vorig jaar, maar het is goed om te zien dat met een heel andere voorbereiding dan in de winter van 2018-2019 mijn vorm toch een basis niveau heeft bereikt toch nog ongeveer gelijkt licht. En dat betekend natuurlijk dat er dit jaar weer veel vorm groei mogelijk is. Op naar de volgende!

Ik heb deze dag ook een vlog gemaakt, deze zal binnekort online komen op mijn YouTube kanaal. In de tussentijd kun je me ook volgen via Instagram.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *